Motorloc 51

Deze Spoorijzer Railtractor heeft dienst gedaan bij Witlofkwekerij Both in Gouda. Nadat Niek Both begin jaren ’90 stopte, zijn de drie daar nog aanwezige RT’s opgenomen in onze collectie. Daarvan hebben we er nu nog twee. Naast deze loc is dat ook motorloc 52. De derde met nummer 53 maakt nu als loc 59 deel uit van de collectie van de Gelderse Smalspoor Stichting.

In de loop der jaren is er het nodige veranderd aan deze locomotief. Op het achterschot zit een fabrieksplaatje met daarop het fabrieksnummer 156 en bouwjaar 1956. Op de versnellingsbak van de locomotief zit een typeplaatje met veel gegevens waaronder het locomotieftype en het fabrieksnummer (maar zonder het bouwjaar). Het typeplaatje toont ook het motornummer. Op dat typeplaatje staat dat het een RT8 is met fabrieksnummer 125. Uit het motornummer, 6 C 895, kan het bouwjaar van de motor worden afgeleid volgens de formule: bouwjaar = 1946 (begin productie) + eerste cijfer. Motor 6 C 895 is dus gebouwd in 1946 + 6 = 1952. Afgaande op andere bewaard gebleven RT’s is dat ook het bouwjaar van RT 125. Maar inmiddels zit in deze loc nu een motor met nummer 25 LD 1146. Die motor dateert (volgens de bovenstaande formule) uit 1946 + 25 = 1971. Het is een luchtgekoelde motor van 10 pk met 1750 i.p.v. 1500 toeren/minuut. Technisch gesproken is dit dus nu een RT10. We hebben dus te maken met een frame uit 1956, een motor uit 1971 en een versnellingsbak die omstreeks 1952 is geproduceerd.

Een lichte diesellocomotief met grote trekkracht …. Dat was de inleidende zin van een mailing die Spoorijzer op 13 juni 1952 aan haar klanten zond. Onderwerp was de RT8, waarbij RT staat voor railtractor. Spoorijzer had de verwachting dat er in de markt behoefte was aan een dergelijke locomotief: Wij menen, dat deze railtractor op vele fabrieken, veenderijen en andere industrieën in een bestaande behoefte zal voorzien. En … dat bleek te kloppen. In de baksteenindustrie vervingen ze de paarden die op dat moment nog de trekkracht waren om de lorries met groenlingen (net gevormde stenen) naar de haaghutten te brengen waar de stenen in de buitenlucht werden gedroogd. Speciaal voor dit doel kreeg de loc ook een korte radstand van 600 mm, zodat ze in haar geheel op de kleine draaischijfjes paste, die rond de haaghutten veel werden gebruikt. Maar ook bij betonfabrieken, heibedrijven en bij aannemers bleken de RT’s in een behoefte te voorzien.
Hoeveel er precies zijn gebouwd, is niet meer na te gaan. Afgaand op de fabrieksnummers zijn het er zo’n 160, maar daar zitten ook gereviseerde exemplaren tussen die door Spoorijzer daarna weer van een nieuw fabrieksnummer werden voorzien.

Spoorijzer ontwikkelde in de loop der jaren een drietal types van de RT. Men startte in 1952 met de RT8. De motor leverde 8 pk bij 1500 toeren/min. Een variant was de RT10. Dit was een RT8, waarvan de motor op 1750 toeren/min was afgesteld en die daarom kortstondig 10 pk kon leveren. Beide locomotieven hadden een watergekoelde motor van Farymann met verdampingskoeling. Die koeling verbruikte één liter water per pk per uur! De machinist van een RT8 moest dus per uur acht liter water bijvullen (bijna een emmer vol). Tegen meerprijs leverde Spoorijzer een omloopkoeling met een extra reservoir. De watercirculatie verminderde het ongemak van het vele bijvullen.
Vanaf 1957 maakte de RT10 plaats voor de RT11. De motor van de RT11 leverde dankzij een grotere boring 11 pk bij 1500 toeren/min. Een RT11 was ook zwaarder dan een RT8 of een RT10, uitsluitend overigens door het gebruik van zwaardere bufferblokken. Vanaf circa 1957 leverde Farymann ook luchtgekoelde motoren. Doordat de introductie van de RT11 vrijwel gelijktijdig plaatsvond met de die van de luchtgekoelde Farymann-motoren, is de RT11 bijna uitsluitend geleverd met luchtgekoelde motoren. Alle railtractoren hadden een versnellingsbak van Bierens uit Tilburg, met uitzondering van de allerlaatste serie (001 – 008) die was uitgerust met een Prometheus-versnellingsbak

De frames van alle railtractoren waren identiek. Er werden meestal series van circa twaalf stuks aangemaakt. Spoorijzer hield motoren, versnellingsbakken en buffers van de verschillende types op voorraad, zodat binnen enkele dagen na bestelling geleverd kon worden. De Railtractoren hadden aanvankelijk alleen een motorkap; later kwamen er ook zijpanelen. Als extra was een cabine leverbaar.

Technische gegevens
Fabrikant: Spoorijzer Delft
Fabrieksnummer: 156
Bouwjaar: 1956
Type: oorspronkelijk RT8, nu RT10
Motor: Farymann D, eencilinder, viertakt, luchtgekoelde dieselmotor
Vermogen: 10 pk
Spoorwijdte: 700 mm
Lengte over de buffers: 1900 mm
Grootste breedte: 1110 mm
Maximale hoogte: 1150 mm
Gewicht dienstvaardig: 1500 kg
Maximum snelheid: 10 km/h
Huidige staat: niet rijvaardig