Motorloc 32

Van deze locomotief van het type ZL114 heeft Jung er tussen 1935 en 1960 in totaal zo’n 700 gefabriceerd. Jung was niet bepaald vooruitstrevend bij de bouw van haar smalspoormotorlocomotieven. De ZL114 is gedurende de jaren dat ze in productie was, alleen uiterlijk aangepast, waarbij het frame en de motorkap werden verlengd. Onder die motorkap zat steeds de zelfde tweetakt SZ110-motor als in de allereerste ZL114 die werd geproduceerd op 12 juni 1935. Begin jaren ’60 worden de laatste ZL114’s geleverd. Ze zijn nog afkomstig uit de voorraad die Jung al midden jaren ’50 heeft gebouwd. Bij de laatste 14 exemplaren staat in de fabriekslijst geen afnemer vermeld. Dat maakt het aannemelijk dat ze zijn gesloopt zonder ook maar een kilometer te hebben gereden.

Onze locomotief heeft tot 1987 deel uitgemaakt van het verhuurpark van Oving Spoor in Hendrik-Ido-Ambacht, die ook de importeur was van Jung. Daarna is ze opgenomen in onze collectie. De loc heeft een aantal jaren als statisch object bij Stoomgroep West in het Haagse Zuiderpark gestaan. Daar is ze geschilderd in de huisstijlkleuren van de NBM (Nederlandse Basalt Maatschappij). De NBM heeft in het verleden wel smalspoor gebruikt maar deze loc heeft daar nooit gereden.
Oving Spoor (later ODS) behoorde samen met Spoorijzer Delft, O&K Amsterdam en IVB uit Zwolle tot de grotere verhuurbedrijven van smalspoormaterieel. In de jaren ’50 neemt Oving nog tientallen locs af van Jung, voornamelijk ZL114’s en EL110’s die worden toegevoegd aan het verhuurpark. Er is dan nog veel werk. Maar in de zeventiger jaren loopt dat hard terug en schakelen aannemers voor hun transportbehoefte massaal over op de vrachtwagen. Voor Oving reden om locs af te stoten. In 1987 komen zo de eerste zes locomotieven (nrs. 30 – 35) bij ons terecht. In 1988 beschikt Oving overigens nog over 50 locomotieven, maar door de steeds verder teruglopende vraag naar locomotieven, spoor en kipwagens, staan die meer stil dan dat ze rijden. In 1995 stopt men met het verhuurbedrijf en vinden de laatste locs hun weg naar musea en particuliere verzamelaars.

Arnold Jung en Christian Staimer richten in 1885 in Jungenthal hun locomotieffabriek op. In dat jaar leveren ze ook hun eerste stoomlocomotief af, een smalspoorloc. Na het overlijden van Staimer in 1888 gaat Jung alleen verder en bouwt hij de fabriek uit tot een van de grotere locomotieffabrieken van Duitsland. In 1927 begint Jung met de bouw van diesellocomotieven. Kenmerkend voor vrijwel alle smalspoorlocs van Jung zijn de tweetaktmotoren. Dergelijke motoren hebben maar heel weinig bewegende delen en zijn daardoor zeer betrouwbaar. In 1987 worden de laatste locomotieven geleverd: twee mijnlocomotieven voor Polen. Er zijn dan bijna 13.000 locomotieven gefabriceerd. In 1993 wordt de fabriek gesloten.

Technische gegevens
Fabrikant: Arnold Jung, Jungenthal (D)
Fabrieksnummer: 8901
Bouwjaar: 1939
Type: ZL114
Motor: tweecilinder, tweetakt, watergekoelde dieselmotor
Vermogen: 24 pk
Spoorwijdte: 700 mm
Lengte over de buffers: 3530 mm
Grootste breedte: 1280 mm
Maximale hoogte: 2280 mm
Gewicht dienstvaardig: 5400 kg
Maximum snelheid: 15 km/h
Huidige staat: niet rijvaardig
Nationaal Register voor Mobiel Erfgoed: C-status