Motorloc 88

Deze Spoorijzer railtractor van het type RT8 is nieuw geleverd aan Aannemingsbedrijf Mourik in Groot-Ammers. Mourik heeft de loc direct na aankoop ingezet bij dijkwerken op het Zuid-Hollandse eiland Tiengemeten en later bij wegwerkzaamheden in Harmelen. Daarna verdween de loc in opslag totdat een werknemer van Mourik haar in 2018 overnam. Die laatste schonk haar eind 2025 aan ons.

Met fabrieksnummer 239 is deze railtractor een van de laatste die geleverd is in de klassieke uitvoering met een versnellingsbak van Bierens. Het fabrieksnummer is dan wel bekend, maar het bouwjaar niet. Dat nam Spoorijzer standaard niet op op het typeplaatje dat op het achterschot van de loc te vinden is. Wel staat daarop het motornummer vermeld van de Farymann-motor waarmee de locomotief is afgeleverd. Uit dat motornummer, 18 LD 745, kan het bouwjaar van de motor worden afgeleid volgens de formule: bouwjaar = 1946 (begin productie) + 18 (eerste cijfer motornummer). Motor 18 LD 745 is dus gebouwd in 1946 + 18 = 1964. Omdat Spoorijzer altijd motoren op voorraad hield, hoeft het bouwjaar van de motor niet overeen te komen met het bouwjaar van de locomotief. Dat zou ook later kunnen zijn, maar niet later dan 1966, want toen bouwde Spoorijzer nog een kleine serie locs volgens een iets aangepast ontwerp. Ze hadden versnellingsbakken van Prometheus en gaten in het frame voor het stellen van de remmen. Onze motorloc 74 komt uit die laatste serie.

Mourik is inmiddels een van de grootste familiebedrijven van Nederland en is over de hele wereld actief. Het bedrijf is allang geen klassiek aannemersbedrijf meer, maar is tegenwoordig actief in tal van sectoren.

Een lichte diesellocomotief met grote trekkracht …. Dat was de inleidende zin van een mailing die Spoorijzer op 13 juni 1952 aan haar klanten zond. Onderwerp was de RT8, waarbij RT staat voor railtractor. Spoorijzer had de verwachting dat er in de markt behoefte was aan een dergelijke locomotief: Wij menen, dat deze railtractor op vele fabrieken, veenderijen en andere industrieën in een bestaande behoefte zal voorzien. En … dat bleek te kloppen. In de baksteenindustrie vervingen ze de paarden die op dat moment nog de trekkracht waren om de lorries met groenlingen (net gevormde stenen) naar de haaghutten te brengen waar de stenen in de buitenlucht werden gedroogd. Speciaal voor dit doel kreeg de loc ook een korte radstand van 600 mm, zodat ze in haar geheel op de kleine draaischijfjes paste, die rond de haaghutten veel werden gebruikt. Maar ook bij betonfabrieken, heibedrijven en bij aannemers bleken de RT’s in een behoefte te voorzien.
Hoeveel er precies zijn gebouwd, is niet meer na te gaan. Afgaand op de fabrieksnummers zijn het er zo’n 160, maar daar zitten ook gereviseerde exemplaren tussen die door Spoorijzer daarna weer van een nieuw fabrieksnummer werden voorzien.

Spoorijzer ontwikkelde in de loop der jaren een drietal types van de RT. Men startte in 1952 met de RT8. De motor leverde 8 pk bij 1500 toeren/min. Een variant was de RT10. Dit was een RT8, waarvan de motor op 1750 toeren/min was afgesteld en die daarom kortstondig 10 pk kon leveren. Beide locomotieven hadden een watergekoelde motor van Farymann met verdampingskoeling. Die koeling verbruikte één liter water per pk per uur! De machinist van een RT8 moest dus per uur acht liter water bijvullen (bijna een emmer vol). Tegen meerprijs leverde Spoorijzer een omloopkoeling met een extra reservoir. De watercirculatie verminderde het ongemak van het vele bijvullen.
Vanaf 1957 maakte de RT10 plaats voor de RT11. De motor van de RT11 leverde dankzij een grotere boring 11 pk bij 1500 toeren/min. Een RT11 was ook zwaarder dan een RT8 of een RT10, uitsluitend overigens door het gebruik van zwaardere bufferblokken. Vanaf circa 1957 leverde Farymann ook luchtgekoelde motoren. Doordat de introductie van de RT11 vrijwel gelijktijdig plaatsvond met de die van de luchtgekoelde Farymann-motoren, is de RT11 bijna uitsluitend geleverd met luchtgekoelde motoren. Met uitzondering van de laatste serie (001 – 006), die een Prometheus-versnellingsbak hadden, waren alle railtractoren uitgevoerd met een versnellingsbak van Bierens uit Tilburg.

De frames van alle Railtractoren waren identiek. Er werden meestal series van circa twaalf stuks aangemaakt. Spoorijzer hield motoren, versnellingsbakken en buffers van de verschillende types op voorraad, zodat binnen enkele dagen na bestelling geleverd kon worden. De railtractoren hadden aanvankelijk alleen een motorkap; later kwamen er ook zijpanelen. Als extra was een cabine leverbaar.

Technische gegevens
Fabrikant: Spoorijzer Delft
Fabrieksnummer: 239
Bouwjaar: 1964 of ’65
Type: RT8
Motor: Farymann D, eencilinder, viertakt, luchtgekoelde dieselmotor
Vermogen: 8 pk
Spoorwijdte: 700 mm
Lengte over de buffers: 1900 mm
Grootste breedte: 1110 mm
Maximale hoogte: 1150 mm
Gewicht dienstvaardig: 1530 kg
Maximum snelheid: 10 km/h
Huidige staat: niet rijvaardig