Stoomloc 13 | Silvolde

Deze stoomtramlocomotief is door Machinefabriek Breda v/h Backer en Rueb, in 1900 geleverd aan de Geldersche Stoomtramweg-Maatschappij. Zij is vernoemd naar het plaatsje Silvolde langs de stoomtramweg Terborg – Gendringen. De locomotief reed voornamelijk met lichte personentrams, vaak bestaande uit één of twee personenrijtuigen en een bagagewagen. In haar laatste jaren verrichte zij rangeerdiensten in Doetinchem. Bij de jubileumviering in 1956 en het jaar erna, in 1957, mocht zij opnieuw schitteren in haar oorspronkelijke rol als trekkracht voor stoomtrams op het platteland. Zij trok de laatste GTW-stoomtram op 31 augustus 1957 tussen Doetinchem en Doesburg.

Vanaf 1879 was het wettelijk mogelijk stoomtramwegen aan te leggen in Nederland. Zo’n stoomtram reed met beperkte snelheid en kon in de berm van de weg aangelegd worden. Dat spaarde dure grondaankopen uit die bij de aanleg van normaalspoorwegen wel nodig waren. Door die veel lagere aanlegkosten zou de stoomtram in grote delen van Nederland een belangrijk vervoermiddel worden. Zo ook in Gelderland en vooral in de regio De Graafschap. Er waren daar een aantal stoomtrambedrijven, die uit kostenoverweging voor smalspoor gekozen hadden.

De Machinefabriek Breda keek het concept van de vierkante stoomtramlocomotieven waarschijnlijk af van de Engelse firma Merryweather. Men bouwde een ruime 300 tramlocomotieven, grotendeels voor de binnenlandse markt. Enkele tramlocs gingen naar het verre Indië en ook werden er een paar geleverd aan een stoomtram in het Spaanse Barcelona.
De Geldersche Stoomtramweg-Maatschappij (GSTM) kocht haar eerste Breda-tramlocomotieven al in 1887. Loc 13 en de in 1895 geleverde loc 12 hadden een iets kleiner ketel, die bovendien wat lager lag, dan bij de eerder geleverde Breda-locs 8-11. Het zwaartepunt lag daardoor lager waardoor deze twee locs een rustiger gang hadden.

Op 4 juli 1929 werd de GSTM omgevormd tot de N.V. Geldersche Tramweg-Maatschappij. Die nam gaandeweg de directie over van de andere stoomtrambedrijven in de regio, die echter wel zelfstandig bleven. Men trad naar buiten onder de naam Geldersche Tramwegen (GTW). In de jaren ’30 besloot men de personentramdiensten in Oost-Gelderland op te heffen en over te stappen op de goedkopere exploitatie met autobussen. De oorlog zorgde nog voor een korte opleving en zo nam de stoomtram, voor zowel personen- als goederenverkeer, voor even weer een belangrijke plaats in de regio in.

Om in 1956 het 75-jarig bestaan extra cachet te geven, besloot men de stoomtram te laten herleven tussen Doesburg en Doetinchem. Die ritten waren zo’n succes dat dit in 1957 herhaald werd. Voor deze ritten waren loc 13, rijtuig AB 48 en goederenwagen GV 41 aangewezen. Het stel werd daarna opgeborgen in Gebouw M in Doetinchem, waar het alleen uit kwam voor een tentoonstelling in Apeldoorn, totdat het stel in 1975 in bruikleen werd gegeven aan het Spoorwegmuseum in Utrecht. Toen dat in 1999 aan een grote verbouwing begon werd de complete jubileumtram in het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem geplaatst. Die situatie duurde een jaar. In 2000 werd het tramstel aan ons overgedragen.

Technische gegevens

Fabrikant: Machinefabriek Breda v/h Backer & Rueb, Breda
Fabrieksnummer: 182
Bouwjaar: 1900
Type: stoomtramlocomotief
Spoorwijdte: 750 mm
Lengte over buffers: 4500 mm
Grootste breedte: 1940 mm
Maximale hoogte: 3100 mm
Gewicht dienstvaardig: 10.300 kg
Vermogen: 40 pk
Maximum snelheid: 35 km/h
Huidige staat: niet rijvaardig
Nationaal Register voor Mobiel Erfgoed: A-status