Motorloc 19

Van deze locomotief, een MS131, heeft Jung er tussen 1929 en 1933 in totaal 433 gefabriceerd, waarvan deze en een soortgenoot in Argentinië de enige overgebleven exemplaren zijn. In Nederland zijn zes locs actief geweest, die alle zijn geïmporteerd door Oving. Bij vier daarvan is geen specifieke afnemer bekend. Waarschijnlijk zijn ze door Oving opgenomen in haar verhuurpark,

Onze locomotief, uit 1929, heeft haar hele werkzame leven dienst gedaan bij de Kleiwarenfabriek Nieuw-Werklust in Hazerswoude-Rijndijk. Daar maakten ze onder andere bloempotten. De fabriek stond aan de Hogezijde van de Oude Rijn, de Hoge Rijndijk. De klei werd gewonnen aan de Lagezijde, de Lage Rijndijk, in de polders bij Leiderdorp en Koudekerk. Dat was het werkterrein van de locomotief. De klei werd per spoor naar de rivieroever gebracht en vervolgens met schuiten overgevaren naar de fabriek.

Typerend is het uiterlijk van de locomotief met een motor midden op het frame – de machinist zit op de versnellingsbak – en aan weerszijden een bak voor het meenemen van ballast. De motorkoeling vindt plaats door middel van een open systeem, waarbij het water langzaam verdampt en regelmatig bijgevuld moet worden. Op enkele uitzonderingen na, zijn alle locomotieven van dit type door Jung in open uitvoering geleverd. Onze loc is bij Nieuw-Werklust voorzien van een primitief eigengebouwd machinistenhuisje dat tenminste enige beschutting bood tegen wind en regen in de vlakke open polder.
De locomotief werd in 1976 door ons ontdekt bij de fabriek, waar ze al jaren stond opgeborgen in een houten loodsje. De fabriek was nog in werking, maar de klei werd allang niet meer aangevoerd per trein en schip. In 1985 konden wij haar aan onze collectie toevoegen.
De omvangrijke restauratie van de locomotief is in het najaar van 2018 afgerond. Ze heeft daarbij een olijfgroene kleur gekregen. Omdat dit de eerste laklaag boven de grondverf was, gaan we er van uit dat dit de kleur is waarin de machine door Jung is afgeleverd.

Het fabrieksgebouw staat er overigens nog steeds, maar is niet meer in gebruik. Er zijn al jaren plannen om er een (werkend) museum van te maken, maar tot op heden komt dat niet van de grond.

Arnold Jung en Christian Staimer richten in 1885 in Jungenthal hun locomotieffabriek op. In dat jaar leveren ze ook hun eerste stoomlocomotief af, een smalspoorloc. Na het overlijden van Staimer in 1888 gaat Jung alleen verder en bouwt hij de fabriek uit tot een van de grotere locomotieffabrieken van Duitsland. In 1927 begint Jung met de bouw van diesellocomotieven. Kenmerkend voor vrijwel alle smalspoorlocs van Jung zijn de tweetaktmotoren. Dergelijke motoren hebben maar heel weinig bewegende delen en zijn daardoor zeer betrouwbaar. In 1987 worden de laatste locomotieven geleverd: twee mijnlocomotieven voor Polen. Er zijn dan bijna 13.000 locomotieven gefabriceerd. In 1993 wordt de fabriek gesloten.

Technische gegevens
Fabrikant: Arnold Jung, Jungenthal (D)
Fabrieksnummer: 4517
Bouwjaar: 1929
Type: MS131
Motor: eencilinder, tweetakt, watergekoelde dieselmotor
Vermogen: 10 pk
Spoorwijdte: 700 mm
Lengte over de buffers: 2880 mm
Grootste breedte: 1230 mm
Maximale hoogte: 1360 mm
Gewicht dienstvaardig: 2800 kg
Maximum snelheid: 10 km/h
Huidige staat: rijvaardig