Motorloc 81

Deze locomotief, een Schöma CHL20G, is door Oving Spoor uit Hendrik-Ido-Ambacht in 1981 geleverd aan Schokindustrie in Zwijndrecht, een betonfabriek waar voornamelijk heipalen werden geproduceerd. Ze deed daar dienst onder het nummer 19. De locomotief is in 1997 grondige gereviseerd, waarbij ze een nieuwe watergekoelde Deutz-motor heeft gekregen. Sinds die tijd stond ze onder het personeel bekend als fluisterloc vanwege de geringe geluidproductie.
toen in 2013 de productie van heipalen is gestaakt, is een groot deel van het materieel verdwenen. Loc 19 en 20 (ook een Schöma CHL20G) en diverse wagens werden nog achter de hand gehouden om de mallen af te voeren waarin de heipalen werden gemaakt. Toen die laatste klus geklaard was, konden wij haar in 2017 aan onze collectie toevoegen.

In 1932 werd aan de Lindtsedijk in Zwijndrecht de NV Schokbeton opgericht. De oprichters hadden ontdekt dat door een betonmengsel te schokken op schoktafels de lucht uit het mengsel verdween. Daardoor hardde het beton niet alleen veel sneller uit, maar werd het ook sterker. Omdat men het procedé gepatenteerd had, was Schokbeton duidelijk in het voordeel ten opzichte van andere betonproducenten. Schokbeton richtte zich vooral op de productie van gevelelementen voor gebouwen. Het vrijwel meteen opgerichte tweede bedrijf Schokindustrie leverde rioolbuizen en heipalen.
Zolang de patenten geldig waren, ging het goed met beide bedrijven. Schokbeton was tot ver na de Tweede Wereldoorlog de grootste Nederlandse producent van mechanisch verdicht beton. Daarna werd het minder. Het arbeidsintensieve proces van het schokken kon in de jaren ‘80 niet meer concurreren met nieuwe, snellere productietechnieken waarbij het beton door toevoeging van chemische verharders kon worden verdicht.
Tegenwoordig wordt er aan de Lindtsedijk geen beton meer geproduceerd. Schokbeton stopte in 2015. Schokindustrie staakte al in 2013 de productie van heipalen. De fabriek is in 2016 ontmanteld.
Schokindustrie maakte tot het einde gebruik van smalspoor om de producten vanuit de fabriek naar het tasveld te vervoeren. Van de 20 locomotieven die er door de jaren heen gereden hebben, zijn er vier bij ons bewaard gebleven. Het zijn onze locomotieven 18, 77, 78 en 81. Ook hebben we twee onderwagens waarop de producten naar het tasveld werden getransporteerd.

In 1879 richtte Fritz Schöttler de Diepholzer Maschinenfabrik (Diema) op. De fabriek bouwde hoofdzakelijk landbouwmachines. In 1913 ging de firma over naar zijn drie zonen Fritz, Christoph en Heinrich. Zij begonnen in 1924 met de productie van smalspoormotorlocomotieven. Christoph Schöttler verliet het bedrijf, na een meningsverschil over het productieprogramma, en richtte in 1930, ook in Diepholz, de firma Christoph Schöttler Maschinenfabrik GmbH (Schöma) op. Als firmanaam gebruikte hij eerst de afkorting Schömag, wat enige jaren later in Schöma werd veranderd. In de begintijd zette hij de productie van landbouwmachines en tractoren voort, maar al snel nam hij de bouw van spoorwegvoertuigen ter hand. Schöma werd snel een van de belangrijkste fabrikanten van smalspoorlocomotieven en werkmaterieel voor de spoorwegen. De firma bestaat nog steeds en levert en verhuurt veel locomotieven die worden gebruikt bij de aanleg van geboorde tunnels en metrolijnen.

Technische gegevens
Fabrikant: Schöma, Diepholz (D)
Fabrieksnummer: 4505
Bouwjaar: 1981
Type: CHL20G
Motor: Deutz, driecilinder, viertakt, watergekoelde dieselmotor
Versnellingen: traploos hydrostaat
Vermogen: 26 pk
Spoorwijdte: 900 mm
Lengte over de buffers: 2500 mm
Grootste breedte: 1280 mm
Maximale hoogte: 1800 mm
Gewicht dienstvaardig: 2750 kg
Maximum snelheid: 10 km/h
Huidige staat: niet rijvaardig
Nationaal Register voor Mobiel Erfgoed: geen status